Uitgelicht
‘Jaarverslagen kunnen dunner en soberder’
Enthousiasme en betrokkenheid. Dat stralen de jaarverslagen die genomineerd waren voor De Transparant Prijs uit, vindt jurylid Betteke van Ruler. De hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam heeft ook enkele kritiekpuntjes. De verslagen kunnen dunner en - soms soberder.
Betteke van Ruler is dit jaar toegetreden tot de jury van De Transparant Prijs. En ze is naar eigen zeggen ‘diep onder de indruk’ van de kwaliteit van de jaarverslagen van de goededoelenorganisaties die meedongen naar de onderscheiding. De jury van De Transparant Prijs beoordeelt de jaarverslagen die een beoordelingscommissie heeft genomineerd uit zo’n tweehonderd ingezonden jaarverslagen. Betteke van Ruler benadrukt daarom een paar keer dat ze van een grote berg alleen het beste topje heeft gezien. Maar ook met dat gegeven in het achterhoofd was ze verrast over de kwaliteit. ‘Grote fondsen kunnen professionals inzetten, maar de middelgrote en kleine doen het over het algemeen allemaal zelf. Je kunt heel goed de aandacht en energie zien die er in die verslagen is gestoken. En er spreekt zoveel vitaliteit en enthousiasme uit, dat je niet anders kunt dan vreselijk onder de indruk te zijn.’
In een aantal gevallen vond Van Ruler de jaarverslagen té mooi. ‘Als je kijkt naar zaken als papier, styling en fotografie, dan vind ik dat sommige verslagen allemachtig kostbaar zijn uitgevoerd. Hier spreekt mijn calvinistische hart natuurlijk - het is allemaal betaald van de euro’s van de donateurs – maar ook mijn professionele hart. Als je uitstraalt dat je geld genoeg hebt, bereik je wellicht het tegengestelde effect van wat je beoogt.’
Van Ruler vindt dat de winnaar van De Transparant Prijs 2009, Het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds, zich hieraan ook enigszins heeft bezondigd. ‘Dat verslag ziet er prachtig uit, is echt supermooi. Ook in dit geval kun je je afvragen of dat beslist op deze manier moet. Maar het was inhoudelijk ook buitengewoon goed. We hebben als jury daarom unaniem besloten dat dit de winnaar moest zijn.’
Van Ruler wil de (passende) uitstraling van het verslag opnemen in de beoordelingscriteria van De Transparant Prijs. De omvang van het verslag staat al op het toetsingslijstje. Eerdere jaren had de jury daar al kritiek op en het nieuwste jurylid denkt daar niet anders over. Van Ruler: ‘Ik moest soms echt pagina na pagina doorploegen om een goed beeld van een organisatie te krijgen. Ik was ook niet altijd erg onder de indruk van de opbouw. Die was niet altijd even logisch of doorzichtig.’
Zij raadt de charitatieve organisaties verder aan om open te zijn over potentiële risico’s, zoals die zich nu voordoen door de recessie. De jury van De Transparant Prijs vond de informatie die de genomineerden hadden opgenomen over de gevolgen van de economische crisis over het algemeen vrij summier. ‘Ik krijg het gevoel dat de crisis soms taboe is, bij de goededoelenorganisaties. Dat is een natuurlijk psychologisch mechanisme. Een jaarverslag is ook een visitekaartje en dan is het natuurlijk niet leuk om over risico’s te schrijven.’ De ervaring leert volgens haar echter dat openheid juist goed is voor de betrokkenheid bij organisaties. ‘Vergelijk het maar eens met een bedrijf waarmee het niet zo goed gaat. Als het management daar niet over communiceert terwijl het duidelijk is dat er wat aan de hand is, neemt het personeel geestelijk al afscheid. Als het management open is, vergroot dat juist de binding met het bedrijf.’
Betteke van Ruler denkt dat de fondsen op zoek moeten naar een balans, tussen bijvoorbeeld onopvallendheid en overdaad, tussen enthousiasme en afstandelijkheid. ‘Dat is heel moeilijk. Je merkt uit die jaarverslagen dat de medewerkers en vrijwilligers heel veel van hun fonds houden. Het spat er af. Bij de prijsuitreiking zaten er wel zeven of acht mensen van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds achter mij. Ze vielen bijna in katzwijm toen ze hoorden dat ze de prijs hadden gewonnen. Dat toont enorme betrokkenheid en dat is natuurlijk heel erg leuk.’









