Uitgelicht
Alexander Rinnooy Kan
Kan werd voor het juryvoorzitterschap van De Transparantprijs gevraagd vanwege zijn, zoals Robert Swaak het formuleert, ‘ervaring op het snijvlak van het publieke en private domein’. Naar eigen zeggen hééft hij ook veel met de charitatieve sector. ‘Het enthousiasme en de bevlogenheid die van goededoelenorganisaties afstraalt, spreekt me erg aan.’ Het streven naar transparantie in deze sector van PwC, de Stichting Civil Society en de organisaties zelf, noemt hij een ‘nobel doel’. Rinnooy Kan: ‘Deze sector steekt veel tijd en energie om aan te kunnen tonen wat er met het geld gebeurt. En dat is heel goed. Twijfels over de effectiviteit of discussies over directeurssalarissen tonen aan dat deze sector ook heel kwetsbaar is. Een goede verantwoording over inkomsten en bestedingen is daarom zeer belangrijk.’
Wat mag je van de verslaggeving van goede doelen verwachten?
Vanaf de verslaggeving over 2008 geldt een nieuwe verslaggevingsrichtlijn. Het speelveld is dus wel gedefinieerd. De invulling is natuurlijk wel verschillend. Je moet laten zien dat je goed nadenkt over verbeteringen, dat je kritisch bent. Er valt best wel wat op te merken over de jaarverslagen. De leesbaarheid bijvoorbeeld laat soms te wensen over, terwijl dat aspect juist voor deze sector zo belangrijk is voor het bereiken van donateurs.
Kleine organisaties hebben vaak niet eens een backoffice. Kunnen zij wel aan de eisen voldoen?
‘Vaak weten deze organisaties wel professionals aan te trekken die op vrijwillige basis een bijdrage leveren aan het jaarverslag. De winnaar in de categorie ‘klein’ heeft bijvoorbeeld op pro bono-basis hulp gekregen van professionele vormgevers. Zij spannen zich in naar vermogen en daar beoordelen wij ze op. Mijn indruk is eerlijk gezegd dat ze eerder te veel dan te weinig doen. Sommige verslagen bevatten zoveel details dat je het overzicht ook weer kwijt raakt. Dan moet je wel eens even denken aan die beroemde zin van Voltaire: “ik schrijf je een lange brief omdat ik voor een korte geen tijd heb”.’
Kan de sector iets leren van het bedrijfsleven?
Ik denk juist dat vaak het omgekeerde het geval is. Van het enthousiasme en betrokkenheid die vaak van de jaarverslagen afstraalt, kan de commerciële sector nog wel iets opsteken. Daar zijn de goede doelen echt heel sterk in. In details over geldstromen valt natuurlijk vaak wel iets te verbeteren, maar daarover is bij het bedrijfsleven natuurlijk ook veel meer kennis aanwezig.
De jury was kritisch over de jaarverslaggeving van vermogensfondsen. Je zou kunnen zeggen: so what? Zij hebben toch geen donateurs.
‘Toch is het nuttig dat zij ook duidelijkheid geven over hoe zij hun taak uitoefenen. Zij beheren wel vaak grote vermogens, die verstandig besteed moeten worden. En deze verslagen zijn ook nuttig voor de goede doelen en projecten die op zoek zijn naar geld.
Door de jaarverslagen kunnen ze gemakkelijker shoppen langs de geldpotjes?
Dat klinkt wel erg cru. Maar het is natuurlijk wel prettig dat steunvragers een goed beeld hebben van het functioneren van eventuele geldschieters.










