Nieuwsbericht
"Hoe kleiner, hoe krachtiger - Hoe groter, hoe defensiever en conservatiever een organisatie wordt"
Boudewijn Poelmann over transparantie en ondernemerschap in de goede doelensector
Boudewijn Poelmann is als jurylid nu een jaar intensief betrokken bij De Transparant Prijs. Hij werd hier voor gevraagd door Morris Tabaksblat en, zo zegt hij stellig, ‘tegen hem zeg je geen ‘nee’!’ Poelmann is als bedenker en oprichter van de Nationale Postcode Loterij zelf gepokt en gemazeld in de goede doelensector.
Tien jaar Novib en nu de grote man achter de Postcode Loterij. Wat maakt dat goede doelen uw hart sneller doet kloppen?
‘Het geeft mij veel voldoening om als ondernemer iets te doen voor de samenleving. Een bijdrage leveren waar de samenleving beter van wordt.’
De Transparant Prijs stimuleert de transparantie van de bedrijven die actief zijn in de goede doelensfeer. Zijn deze organisaties voldoende transparant? Kunt u ze een gemiddeld rapportcijfer geven?
‘De organisaties doen hun best. Helaas is niet alles altijd even helder. Gaat er geld naar een schooltje in Mali? Prima, heel goed, maar om welk schooltje het dan precies gaat, blijft vaak achterwege. Je moet als goede doelenorganisatie dan bouwen op vertrouwen bij de consument. Uiteindelijk zeggen cijfers mijns inziens niet alles. Een rapportcijfer geven is dan ook erg moeilijk.’
Stel dat de brancheverenigingen VFI en FIN u om advies vragen om zaken in de sector te veranderen. Wat zou uw advies zijn?
‘Een minder afhankelijke opstelling van de bestaande omroepen. Tijd krijgen om iets uit te zenden is belangrijk, maar dat moet vind ik ook onafhankelijk van bijvoorbeeld een thema-avond van een omroep kunnen. Verder vind ik dat organisaties veel interactiever met internet kunnen omgaan. Neem datzelfde schooltje in Mali. Zet een foto van de school op je internetsite. Geef er ook een mailadres bij. Dat maakt een sterkere beleving mogelijk en zo komt een goed doel letterlijk heel dichtbij.’
Wat vindt u van het ondernemerschap in de goede doelensector?
‘Dit staat of valt met de oprichter van een fonds/organisatie. Hoe groter zo’n organisatie wordt, hoe moeilijker het wordt om initiatieven te nemen en ideeën uit te voeren. Meestal hoe groter, hoe defensiever en conservatiever een organisatie wordt. Ze willen dan iedereen pleasen, en zijn weinig vernieuwend. Hoe kleiner, hoe krachtiger, zeg ik altijd.’
Werken goede doelen eigenlijk goed samen volgens u?
‘Soms, in bepaalde projecten binnen een bepaalde periode. Neem Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds. Beide zetten zich in voor de natuur, maar werken daaraan vanuit hun eigen achtergrond en dus eigen cultuur. Maar samenwerken hoeft niet per sé van mij. Want dat betekent vaak ook minder vernieuwing. Zolang organisaties hun eigen doel(en) stellen, vind ik op eigen houtje werken prima. Wat wel handig kan zijn, is samenwerken op het gebied van kennis en technologie. Dat is politiek neutraal en alle partijen hebben er wat aan!’
De goede doelensector stelt een agenda op voor de toekomst. Wat zou u hierop willen zetten?
‘Het gezamenlijk creëren van een televisieplatform omdat je zo goed prima op emotie kunt inspelen. En daarnaast kennisdelen. Huizen bouwen in een ontwikkelingsland? Dat kan best goed én goedkoop. Maar dan moet je wel op de hoogte blijven van de technologische ontwikkelingen op de plek zelf!’














